Wat is het naamwoordelijk gezegde? (nwg)

Deze pagina zal uitleggen wat het naamwoordelijk gezegde is en hoe je het kan vinden. Daarnaast kun je het ook gratis oefenen. De afkorting van het naamwoordelijk gezegde is NWG. Scrol naar onderen om bij de gratis oefeningen te komen.

Een naamwoordelijk gezegde bestaat uit een naamwoordelijk deel, een koppelwerkwoord en soms ook nog hulpwerkwoorden. Dus:

  • Naamwoordelijk gezegde: koppelwerkwoord + (soms hulpwerkwoorden) + naamwoordelijk deel

Het koppelwerkwoord met de hulpwerkwoorden noemen we ook wel het werkwoordelijk deel.

Koppelwerkwoorden

Voordat je het naamwoordelijk gezegde in een zin kunt vinden, moet je eerst alle negen koppelwerkwoorden weten. Leer deze dus uit je hoofd:

  • Zijn
  • Worden
  • Blijven
  • Blijken
  • Lijken
  • Schijnen
  • Heten
  • Dunken
  • Voorkomen

Naamwoordelijk gezegde vinden

Het naamwoordelijk gezegde zegt altijd iets over het onderwerp. Als je dus een koppelwerkwoord vindt in een zin, hoeft dit niet altijd te betekenen dat er een naamwoordelijk gezegde in de zin staat.
Om het naamwoordelijk gezegde te vinden, zoek je dus naar een vervoeging van één van de negen koppelwerkwoorden in een bepaalde zin. Dit klikt misschien allemaal lastig, daarom hebben we de volgende voorbeelden gemaakt:

Voorbeelden:

  • Ik ben voetballer.
  • Naamwoordelijk gezegde: ben voetballer
  • Werkwoordelijk deel: ben
  • Naamwoordelijk deel: voetballer

Ben is een vervoeging van het werkwoord ‘zijn’ en is dus een koppelwerkwoord. En voetballer zegt iets over het onderwerp ‘ik’. ‘Ben voetballer’ is dus het naamwoordelijk gezegde in de zin.

  • Mijn vriend is dertig jaar.
  • Naamwoordelijk gezegde: is dertig jaar
  • Werkwoordelijk deel: is
  • Naamwoordelijk deel: dertig jaar

Het woord ‘is’ is een vervoeging van het koppelwerkwoord ‘zijn’ en ‘dertig jaar’ zegt iets over het onderwerp ‘mijn vriend’. Zo weten we dus dat we te maken hebben met een naamwoordelijk gezegde.


Oefeningen naamwoordelijk gezegde: