Wij hebben een nieuwe site, waar je veel meer vakken kunt oefenen! Kijk snel op: SchoolHeld.nl

Persoonsvorm verleden tijd (pvvt): uitleg en oefeningen

De persoonsvorm is het werkwoord dat verandert als je de zin in een andere tijd of persoon zet. Klik hier om meer te lezen over je de persoonsvorm vindt in een zin. In de verleden tijd verandert de persoonsvorm op een specifieke manier. Het is belangrijk dat je weet hoe je deze vorm correct spelt.

Je gebruikt de verleden tijd als iets in het verleden is gebeurd en nu afgelopen is.

Voorbeelden:

  • Gisteren maakte ik mijn huiswerk.
  • Vorig jaar woonden zij nog in België.

Stap 1: Kijk of het werkwoord een zwak of sterk werkwoord is

  • Zwak werkwoord: krijgt een -te of -de in de verleden tijd (regelmatig).
  • Sterk werkwoord: verandert van klank in de verleden tijd (onregelmatig).

Stap 2: Pas het ’t kofschip toe (of: ’t fokschaap)

Om te bepalen of je in de verleden tijd -te of -de moet schrijven bij zwakke (regelmatige) werkwoorden, gebruik je het ezelsbruggetje ’t kofschip of ’t fokschaap.

Wat is ’t kofschip?

’t kofschip is een hulpmiddel dat bestaat uit de medeklinkers:

t, k, f, s, ch, p

Als de stam van het werkwoord eindigt op een van deze medeklinkers, schrijf je in de verleden tijd een vorm met -te of -ten.

Eindigt de stam niet op een van deze medeklinkers? Dan gebruik je -de of -den.

Regels voor ’t kofschip

Eindigt de stam op…Gebruik je in de verleden tijd…
Medeklinker uit ’t kofschip (t, k, f, s, ch, p)-te / -ten
Andere medeklinker of klinker-de / -den

Voorbeelden

  • Werkwoord: werken
    Stam = werk → eindigt op k (zit in ’t kofschip) → verleden tijd = werkte
  • Werkwoord: lachen
    Stam = lach → eindigt op ch (zit in ’t kofschip) → verleden tijd = lachte
  • Werkwoord: leven
    Stam = lev → eindigt op v (zit niet in ’t kofschip) → verleden tijd = leefde
  • Werkwoord: bellen
    Stam = bell → eindigt op l (zit niet in ’t kofschip) → verleden tijd = belde

Alternatief: ’t fokschaap

Sommige mensen gebruiken liever ’t fokschaap. Dat is hetzelfde idee, maar bevat de medeklinkers in een ander woord. Welke je kiest, maakt niet uit — het gaat om de klanken.

InfinitiefPersoonsvorm verleden tijd enkelvoudPersoonsvorm verleden tijd meervoud
makenmaaktemaakten
lerenleerdeleerden
lopenliepliepen
zeggenzeizeiden
fietsenfietstefietsten


Niet alle werkwoorden volgen de vaste regels van ’t kofschip. Sommige werkwoorden veranderen van klank in de verleden tijd. Die noemen we sterke werkwoorden.

Wat zijn sterke werkwoorden?

Sterke werkwoorden veranderen van klank in de verleden tijd, in plaats van dat je er gewoon -te of -de achter zet.

Je kunt ze niet altijd voorspellen. Je moet deze vormen dus uit je hoofd leren.

InfinitiefVerleden tijd enkelvoudVerleden tijd meervoud
lopenliepliepen
etenataten
zienzagzagen
nemennamnamen
beginnenbegonbegonnen
lezenlaslazen


Oefeningen pvvt:

Vul de pvvt in:

Ik-vorm pvvt oefenen:

Werkwoorden vervoegen:


Meer oefenen?

Ga verder met de volgende onderdelen van werkwoordspelling:


Presentatie voor in de les